Hooglied

Hooglied 1

Serie over de erotische passages in Hooglied. (een Bijbelboek)Hooglied 1

Hooglied wordt algemeen gezien als een viering van het huwelijk en seksualiteit en bevat een hoop erotische passages. Het is een belangrijk boek omdat het laat zien hoe God de vreugde van seksualiteit tussen man en vrouw bedoeld heeft.

Het is geschreven is de vorm van een dialoog tussen de Bruid en de Bruidegom met af en toe een toevoeging van de vriendinnen van de Bruid. Het taalgebruik zit vol met agrarische metaforen waardoor het misschien moeilijk te begrijpen valt voor de hedendaagse lezer die niet meer bekend is met het boerenbedrijf.

Het koppel is nog niet getrouwd aan het begin van het verhaal maar fantaseert over elkaar. Het begint ronduit erotisch met de Bruid die hunkert naar seks.

–       1 Het mooiste lied, geschreven door Salomo.

2 Zij: “Kus me! Kus me toch met je verrukkelijke mond!

Want jouw liefde is heerlijker dan wijn.

3 Je ruikt heerlijk naar parfum.

En je naam klinkt verrukkelijk.

Daarom houden alle meisjes van je.

4 Neem me mee! Laten we snel naar je kamer gaan, mijn koning!

Laten we blij zijn en plezier maken!

Dat jij van mij houdt, is heerlijker dan wijn!

Het is geen wonder dat alle meisjes van je houden.

Geen onduidelijkheid hier. Let op het “laten we snel”! Deze vrouw heeft behoefte aan wat actie. Ze gaat verder:

–       5 Mijn huid is bruinverbrand, maar ik ben mooi.

Meisjes van Jeruzalem, mijn huid is zo donker als de tenten van Kedar … ,

donker en mooi als de tapijten van Salomo.

6 Let er niet op dat mijn huid zo donker is,

dat hij donkerbruin is van de zon.

Mijn broers waren hard voor mij.

Ik moest van hen de wijngaard bewaken.

Maar voor mijzelf, mijn eigen wijngaard, heb ik niet gezorgd.

7 Allerliefste, zeg me toch waar jij je kudden laat grazen!

Vertel me waar je ’s middags je dieren laat rusten.

Of moet ik de kudden van je vrienden langs gaan om je te zoeken?”

Ze werkt hard en zorgt voor haar familie maar heeft haar eigen behoeftes verwaarloosd. De Bruid wil haar Bruidegom vinden – waarom zou ze rondlopen, zoekend naar hem tussen de kuddes?

De Bruidegom antwoord:

–       8 Hij: “Als je het niet weet, mooiste van alle meisjes,

volg dan de sporen van de schapen.

Laat je geiten maar achter bij de andere herders.

9 Allerliefste, je bent zo sierlijk als een paardje voor de wagen van de Farao.

10 Je bent zo mooi, met die oorhangers langs je wangen,

en die parelkettingen om je hals.

11 Ik zal gouden sieraden voor je maken, met balletjes van zilver.”

De “paardje voor Farao’s wagen” (Engelse vertaling “mare between stallions) is een prachtig plaatje. We lezen dat de jonge vrouw haar bruidegom adoreert, en de Bruidegom is niet minder uitgesproken. De Bruidegom wil zijn Bruid bedelven onder juwelen die gelijk zijn aan haar schoonheid. (sommige denken dat dit moet worden geïnterpreteerd als het zaad van de bruidegom wat gestort is op het lichaam van de bruid, maar dat kan vergezocht zijn.) Als de Bruid antwoord brengt zij het gesprek weer op seks:

–       12 Zij: “Terwijl de koning bij mij aan tafel is,

denk ik aan mijn liefste.

13 Mijn liefste is voor mij als een parfum in mijn hals.

14 Hij is als een tros hennabloemen

uit de wijngaarden van Engedi.” …

Deze verzen gaan over de geur van de Bruid en de bruidegom. Terwijl de Bruid haar geur….verspreid…is er feest voor de Bruidegom. Haar geliefde is een parfum tussen haar borsten. Vrouwen gebruikten henna als een schoonheidsproduct voor make-up en haarkleuring, en haar Bruidegom maakt dat zij zich mooi vind.

De geliefden maken elkaar het hof:

–       15 Hij: “Wat ben je toch mooi, mijn liefste,

wat ben je toch mooi!

Je hebt de ogen van een duif.”

16 Zij: “Liefste, wat ben je mooi,

wat is het heerlijk bij je.

Het gras en mos zijn ons bed.

17 Hij: “De cederbomen zijn de balken van ons dak

en de cipressen zijn de muren van ons huis.”

 “het gras en mos zijn ons bed”  dat ligt zacht maar figuurlijk gesproken is het levendig en zinnelijk. Het bed van de geliefden is vol van primair, natuurlijk leven. Een vreugdevol plaatje.

De Bruidegom sluit het hoofdstuk af met een metafoor die de eeuwen kan doorstaan:

Een heleboel hout hier. Bomen en balken. De Bruidegom schept op over zijn mannelijkheid, het zij hem vergeven.

De eerste twee verzen van Hooglied hoofdstuk 2 horen hier eigenlijk nog bij als mooie afsluiting.

–       Zij: “En ik ben zo gewoon als een narcis in de Saron-vlakte, (in het voorjaar staat de vlakte van Saron vol met narcissen)

of een lelietje-van-dalen.”

2 Hij: “Je bent zo mooi als een lelie tussen de distels.

Je bent mooier dan alle andere meisjes.”

Zoals hout de oude metafoor is voor een penis, zo is voor de vrouw de bloem het equivalent. De Bruidegom vergelijkt zijn mannelijkheid met het massieve cederhout, en de vrouwelijkheid van zijn Bruid met een prachtige bloem. Met haar vergeleken zijn  de andere jonge vrouwen dorens en distels.

Lees hier het twee deel in de Hooglied serie.

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.